Naar de inhoud
OnsBord

medisch

Diabetes type 2

Bij diabetes type 2 werkt de insuline minder goed, waardoor de bloedsuiker na het eten hoger oploopt en langer hoog blijft. Voeding is daar het belangrijkste instrument voor. Alleen zit dat instrument anders in elkaar dan de meeste mensen denken: het is geen verbodslijst en ook geen dagbudget aan koolhydraten, maar een kwestie van welke koolhydraten je kiest en hoe je ze over de dag verdeelt.

Deze uitleg is niet door een deskundige beoordeeld

Samengesteld uit één professionele richtlijn en vijf voorlichtingsbronnen, zonder beoordeling door een diëtist of internist. Voeding bij diabetes type 2 is persoonsgebonden en hangt sterk samen met de medicatie; alle geraadpleegde bronnen zeggen dat met zoveel woorden.

Wat er nodig is voordat dit als betrouwbaar mag gelden: Beoordeling door een diëtist met diabetesaantekening van drie punten: de keuze om geen koolhydraatgrens op te nemen, de vertaling van "spreiden over de dag" naar zes eetmomenten, en de lijst geraffineerde producten. Daarnaast een expliciete tekst bij dit profiel dat Pro-Monty geen bloedsuiker bewaakt en geen medicatie kent, en dat wijzigingen in het eetpatroon bij insuline of sulfonylureumderivaten met de behandelaar worden afgestemd.

Verdelen telt zwaarder dan optellen

Alle geraadpleegde bronnen komen hierop uit. Het Diabetes Fonds noemt drie hoofdmaaltijden en hoogstens vier tussendoortjes, de Diabetesvereniging drie kleine hoofdmaaltijden met drie kleine tussendoortjes, en het Catharina Ziekenhuis houdt bij langwerkende insuline eveneens drie plus drie aan. De richtlijn van de NDF geeft geen aantal maar verwijst naar hetzelfde principe: koolhydraten verspreid over de dag, op vaste momenten. Dezelfde hoeveelheid brood in zes porties geeft een vlakker verloop dan in twee. Pro-Monty plant precies zes eetmomenten, dus die spreiding is hier geen extra werk maar de standaard.

Waarom hier geen koolhydraatgrens staat

Dit is de lastigste keuze in dit profiel. Pro-Monty kent van elk ingrediënt de koolhydraten per 100 gram en zou moeiteloos kunnen uitrekenen hoeveel er op je bord ligt — dat getal klopt zelfs. Wat ontbreekt is waar je het tegen afzet. Geen van de bronnen noemt een hoeveelheid per maaltijd, en de richtlijn zegt met zoveel woorden dat er geen percentage bestaat dat voor iedereen met diabetes goed is. Het hangt af van je medicatie, je gewicht, je beweging en je energiebehoefte, en van dat alles weet Pro-Monty niets. Een grens invullen zou een cijfer opleveren dat overtuigend oogt en niets betekent — precies de fout die dit systeem bij histamine bewust niet maakt. Wat de site wél doet: het aantal koolhydraten per bord en per dag tonen, zodat jij en je diëtist er iets mee kunnen.

Glycemische index: bruikbaar idee, onbruikbaar getal

De gedachte achter de glycemische index klopt — het ene product laat de bloedsuiker sneller stijgen dan het andere. Als getal is hij dat niet. Het Voedingscentrum somt op waar de uitkomst allemaal van afhangt: bereiding, temperatuur, kooktijd, hoe rijp het fruit is, hoe snel je maag en darm werken, en wat je er verder bij eet. Een aardappel van gisteren uit de koelkast scoort anders dan diezelfde aardappel warm. Bovendien verschilt de samenstelling van bijvoorbeeld volkorenbrood per land, waardoor gepubliceerde tabellen niet zomaar op de Nederlandse situatie passen. Ook de NDF bespreekt de index wel maar maakt er geen aanbeveling van. Pro-Monty gebruikt daarom geen GI-getallen, maar wel het onderliggende onderscheid: volkoren boven wit, peulvruchten boven witte rijst.

Vezels remmen de piek

Dit is het ene punt waar de richtlijn wél een getal geeft: 30 tot 40 gram voedingsvezel per dag. De gemiddelde Nederlander zit rond de 20. Vezels vertragen de opname van suiker uit de darm, en in onderzoek gaat vezelrijke voeding samen met een lager HbA1c — gemiddeld iets meer dan een halve procentpunt. Praktisch komt het neer op groente, fruit, peulvruchten en volkoren graanproducten in plaats van hun witte tegenhangers. Pro-Monty weet van elk ingrediënt of het vezelrijk is, maar kent nog geen vezelgehalte per 100 gram — het dagtotaal van 30 gram kan hij dus laten zien, maar nog niet narekenen.

Veelgehoord

Bij diabetes moet je suikervrij eten en koolhydraten zoveel mogelijk schrappen.

Geen van beide. Mensen met diabetes hebben koolhydraten net zo hard nodig als iedereen; het gaat om de soort en de spreiding. Speciale suikervrije diabetesproducten zijn volgens de ziekenhuisvoorlichting niet nodig. En wie minder koolhydraten wil eten — dat kan zinvol zijn — doet dat in overleg, want bij sommige medicatie moet de dosering dan mee omlaag.

Welke regels OnsBord hieruit toepast

  • liever geen wit brood, witte rijst of witte pasta streven

    Drie bronnen noemen deze drie producten bij naam als de geraffineerde variant die beter vervangen kan worden: de richtlijn onder "witbrood en witmeelproducten, witte rijst en pasta", het Diabetes Fonds en de Diabetesvereniging in vrijwel dezelfde bewoordingen. De volkoren tegenhangers staan in alle drie bij de aanbevolen producten en zitten al in het register: volkorenbrood, quinoa, volkoren pasta, peulvruchten.

  • geen honing of suiker toevoegen streven

    De richtlijn adviseert producten met veel vrije suikers te beperken; het Diabetes Fonds noemt snoep, koek en zoete toetjes bij de af te raden producten en het Catharina Ziekenhuis adviseert suiker en suikerrijke producten te beperken. Honing is met ruim tachtig gram suiker per honderd gram het enige product in het register dat volledig in die categorie valt; het is ook het enige met het kenmerk `toegevoegde_suikers`.

  • koolhydraten over zes eetmomenten spreiden ter informatie

    Drie onafhankelijke voorlichtingsbronnen komen uit op drie hoofdmaaltijden met drie tot vier tussendoortjes; de professionele richtlijn geeft geen aantal maar onderschrijft het principe van koolhydraten verspreid over de dag op vaste momenten. Zes is dus de ondergrens waar alle bronnen elkaar raken, zeven de bovengrens die het Diabetes Fonds noemt.

  • dertig gram vezels per dag ter informatie

    De richtlijn adviseert 30 tot 40 gram voedingsvezel per dag, met de kanttekening dat de gemiddelde inname in Nederland rond de 20 gram ligt. Vezels vertragen de opname van suiker; vezelrijke voeding gaat samen met een lager HbA1c. De ondergrens is als startwaarde genomen, net zoals bij het eiwitdoel van het maagverkleiningsprofiel.

  • kies de volkoren variant ter informatie

    Alle bronnen zetten de aanbeveling in deze vorm: niet minder koolhydraten, maar andere. Vezelrijke en ongeraffineerde producten laten de bloedsuiker langzamer stijgen. Dit staat hier als bereidingsregel en niet als uitsluiting, omdat het een keuze bij het koken is die ook geldt voor producten die het register nog niet als geraffineerd kan herkennen — couscous en rijstwafel bijvoorbeeld.

  • geen frisdrank, sap of smoothie bij de maaltijd ter informatie

    Suikerhoudende dranken en vruchtensap leveren koolhydraten zonder vezels en zonder kauwwerk, waardoor de bloedsuiker snel oploopt. Beide bronnen noemen ze apart van het vaste voedsel. Pro-Monty plant geen dranken, dus dit is een instructie bij de maaltijd en geen controle op de inhoud van het bord.

Bronnen voor deze pagina

Alle teksten zijn in eigen woorden geschreven. Overgenomen zijn de feiten, niet de formuleringen — zie Bronnen.

Andere profielen

Klopt een van deze regels niet? Laat het weten — bij een dieetregel vragen we wel om een bron.